De impact van Alzheimer

 

"Ik mis haar enorm."

Al van jongs af aan heeft Klaas, jongste zoon van Carla Bremer (72), ervaring met wat dementie met mensen doet. “Mijn oma had ook Alzheimer. Een erfelijke vorm. Toen zij 60 was, wist en kon ze eigenlijk al niks meer. Ik ging vaak met mijn moeder mee naar het verpleeghuis. Dat vond ze spannend. Ze zei dan: Als ik dat krijg, dan weten we in ieder geval hoe het verloopt. Mijn moeder was altijd positief. Over alles. Uiteindelijk heeft ze een andere, niet erfelijke vorm gekregen. Toen ze het hoorde zei ze: Het is zoals het is, we moeten er wat van maken.

 

Op maandag was het altijd ‘oma-dag’. Op een gegeven moment viel het mij en mijn broer en zus op dat ze vaak verhalen opnieuw vertelde. Kijk, namen vergat ze al heel haar leven. Ze had voor iedereen een bijnaam, maar dit was nieuw. En het werd steeds erger. Met zijn drieën hebben we toen een gesprek met haar gehad. Of ze zich niet wilde laten testen? Wie weet kon er met medicatie iets aan gedaan worden. Zoals altijd was ze positief: Misschien vergeet ik wat dingen, en als het zo is dan is het zo, maar ik kom er wel uit.” Uit dat onderzoek van de arts kwam toen niets.

 

Positieve instelling

“Het kwam in een stroomversnelling toen onze stiefvader ziek werd. Dat was een grote klap voor haar en mijn moeder raakte verward. Ze ging met stappen achteruit. Dingen lukte niet meer, zoals koken en ze vergat veel. Een nieuw onderzoek volgde en toen werd het vastgesteld, maar ze was al best in een ver stadium. Mijn moeder zei: Het is wel lastig, maar we maken er het beste van en gaan gewoon door.”

 

"Ze belde in het begin wel 50 keer per dag."

 

Uiteindelijk ging ze naar Huize Eykenburg. Bij mij om de hoek. In het begin belde ze wel 50 keer per dag. Dag én nacht. Dat was moeilijk. Mijn moeder was altijd een onafhankelijke zelfstandige vrouw. Slim ook. Ze heeft ons drieën opgevoed en na onze terugkomst uit Mexico nog een mooie carrière opgebouwd bij de TU Delft. Ze drong zich ook nooit op, had ze dat maar wel gedaan, denk ik nu. Zei altijd: Kom maar naar huis als je zin hebt, maar het is geen verplichting hoor. Zelfs na haar overlijden later wil ze ons geen verplichting opleggen en heeft ze aangegeven zich te willen laten cremeren. Houdt ze dus opnieuw weer rekening met ons.

 

“Ze is nog wel de persoon, maar niet meer mijn moeder.”

 

Teveel pijn

De laatste periode gaat ze opnieuw achteruit. Bellen kan niet meer. Praten gaat moeilijker. Hele zinnen lukt niet meer. Behalve als ze haar kleinkinderen ziet. Dan praat ze ineens voluit. Ik ben er 3 keer per week. Doe haar was en breng haar spulletjes. Gelukkig herkent ze me nog, maar ik weet dat er een dag komt, dat dat ook niet meer het geval is. Karaktertechnisch blijft ze gelukkig zichzelf, maar het is niet meer de moeder die ik ken. Vroeger zei ik wel eens: Gelukkig is het Alzheimer, dan heb ik haar nog een tijd om me heen, maar eigenlijk is het vreselijk. Je neemt langzaam afscheid. Ze is nog wel de persoon, zacht, lief en knuffelig, maar niet meer mijn moeder. Ik mis haar enorm. Soms doet het teveel pijn om haar te zien, maar minder vaak gaan is geen optie. Mijn liefde voor haar is zo groot. Ze heeft zoveel voor mij gedaan. Ze is het enige stukje moeder dat ik nog heb en ik wil er voor haar zijn.”

Back to top