Ik ben tot rust gekomen 


Golfen was en is de grote passie van de heer Alex de Kievit (81). Vooral na zijn pensioen was hij vrijwel dagelijks op de golfbaan te vinden waar hij naast fervent golfen allerlei hand- en spandiensten vervulde. Tot door zijn hartfalen het lichamelijk niet meer ging. “Probeer zo positief mogelijk in het leven te staan. Dat zou ik iedereen mee willen geven. Sta open voor alles. Dan gebeuren er mooie dingen. Zelfs nog in deze fase.” 


“Vanaf 2017 kreeg ik steeds meer problemen met mijn hart. Benauwd, kortademig, weinig energie en vermoeidheid speelden mij parten. Mijn actieve leven kende daardoor steeds meer beperkingen. Verschillende behandelingen volgden. Tot november 2021. Toen ging het gewoon niet meer thuis. Het hoofd cardiologie van het Haga ziekenhuis gaf zijn eindoordeel. Er viel niks meer aan te doen. Opgegeven ben je dan.”  


Emotioneel 

Wat dacht u toen? “Ik wilde alleen maar dood. Ik heb een week lang alleen maar gehuild. Zat in een tijdelijke opvang en was mentaal op van alles. Zeer emotioneel om wat ik allemaal verloren had. Er komt ook zoveel op je af. Het feit dat je weet dat je niet meer naar huis gaat, maar hoe gaat het dan verder? Na die week kwam de heer de Kievit op afdeling Pablo Picassostraat bij teamleider Laura. “Ik was toen, in verband met mijn gezondheid en alles, vreselijk gespannen, maar ik ben nu tot rust gekomen. Gelukkig maar want dat vele huilen zat me wel dwars. Ergens blijf ik denken dat ik nog naar huis ga, maar ik weet dat dat niet meer kan.” 

 

Worn out

Hoe gaat het nu? “Ik geniet van de kleine dingen. Ben op mijn manier nog steeds druk. Wist bijvoorbeeld niet dat ik zoveel vrienden had, die me komen opzoeken! Elke inspanning kost mij wel energie: praten, eten, de bezoekjes van familie en vrienden. Ik ben daarna ‘worn out’ en wil dan nog maar 1 ding: slapen. Ik ben volledig afhankelijk van mijn zuurstof en bang dat ik iets doe wat me zoveel energie kost, dat ik erin stik.” Toch weerhoudt het meneer de Kievit niet om niks te doen. “Ik probeer nog steeds bepaalde dingen zelf te doen. Naar de wc gaan bijvoorbeeld. Nu wil ik graag nog leren hoe ik zelf in mijn rolstoel kom. Ik wil liever niet onnodig om hulp vragen. 

 


“Ik heb een mooi leven gehad" 


Ik heb het hier naar mijn zin. Ook door de zorg die ik hier krijg. Ik heb me opengesteld voor iedereen en vind het een fijn gevoel dat ik veel van de verzorgenden terugkrijg; een aai over mijn bol, mooie gesprekjes tijdens de zorg… hij begint te lachen en al die extra koekjes niet te vergeten. Ik word verwend. Ja, ze zijn allemaal heel lief voor me.” We lachen samen. 

 

Laatste dag

Hij vervolgt ernstiger: “Ik leef bij de dag. Ben er bewust mee bezig dat het vanavond, als ik naar bed ga, de laatste dag kan zijn geweest, maar ik ben er niet bang voor. Ik heb een goed leven gehad. Kan nog zoveel wensen, maar ik kan dit niet tegen gaan. Het is wat het is. Ik hoop alleen dat ik niet stik, maar ingrijpen op mijn leven, dat doe ik niet. Ik wacht het gewoon af.” En dan? “Mijn kinderen weten, denk ik, wat ik dan wil. In ieder geval geen grote begrafenis, maar eerst gecremeerd worden en dan pas bekendmaken dat ik ben overleden.”


Maar wat zou nog een wens zijn? “Ik zou graag nog een keer naar de golfbaan gaan met de rolstoeltaxi. Lekker een biertje drinkend op dat grote zonnige terras samen met al vrienden en mijn kennissen daar. Ik wacht nog even op de zon, maar dan ga ik het regelen, klinkt het vastberaden.” 

 

Dit artikel verscheen eerder in de speciale uitgave ons magazine InfoKruispunt, themanummer 'alles omtrent het levenseinde', editie 1, 2021. 

Back to top