De kapel van Huize Eykenburg
Hier is iedereen is welkom.
Altijd tussen de mensen
Jan was nog geen vijftien toen hij begon als kappersleerling in Naaldwijk. “Dat was een hele goede, chique zaak”, vertelt hij. Zijn baas was oud leraar aan de vakschool. “Dus ik kon het vak goed leren.”
Zestien jaar werkte hij als kapper. Dames én heren. “Dat lange haar in de jaren zeventig, dat moest allemaal geföhnd worden”, lacht hij. Het was sociaal werk, met veel contact. “Het kappersvak vond ik toch wel het leukste wat ik heb gedaan.”
Door rugklachten moest hij helaas stoppen. Een arts adviseerde ander werk te zoeken. Zo kwam hij terecht bij het Ministerie van Onderwijs. Hij begon als bodenjongen in de bodenkamer en werkte zich op naar administratieve functies en ging later aan de slag bij Kunst en Cultuur.
Op zijn 56e kon hij met pensioen. “Vond ik niet leuk, maar ik heb het wel gedaan.” Stilzitten deed hij niet. Hij werkte in de uitvaartbranche, als oproepkracht bij uitvaarten. Hij droeg de kist, zorgde dat de bloemen netjes stonden en begeleidde nabestaanden. Daarnaast was hij twintig jaar actief als geestelijk verzorger in het HagaZiekenhuis, in de weekenden. Hij nodigde patiënten uit voor de dienst en bracht hen naar de kapel. Ook reikte hij de communie uit, als zij dat wilden. “En nu doe ik het hier in Huize Eykenburg”, zegt hij met een glimlach.
Liefde en zorg
Jan leerde zijn vrouw kennen toen hij 24 was. “We hebben een jaar verkering gehad. En toen konden we ineens een huis krijgen. Dus toen gingen we gelijk trouwen.” Dat is nu 54 jaar geleden.
Samen kregen ze een zoon en een dochter. Jan vertelt met trots over zijn kinderen en zijn vier kleinkinderen. Toen zijn vrouw ziek werd, veranderde hun leven. Jan werd haar mantelzorger. Hij regelde alles: het huishouden, de afspraken, de medicijnen. “Dat is vanzelfsprekend”, zegt hij nuchter.
Tot hij zelf plotseling een openhartoperatie moest ondergaan. Zijn vrouw kon niet alleen thuis blijven en er was niemand die de zorg voor haar kon overnemen. Gelukkig kon ze snel terecht bij Stichting Eykenburg, waar direct plek voor haar was.
Jan revalideerde na zijn operatie drie weken in Huize Eykenburg bij zijn vrouw. In die periode leerde hij het huis en de mensen goed kennen. Na zijn revalidatie besloot hij dat hij hier wel iets wilde betekenen. “Ik wil hier niet maar een beetje zitten. Ik wil wel wat doen”, zegt hij met een glimlach. Zo werd hij vrijwilliger.
Er zijn voor een ander
Jan is vrijwel iedere dag in Huize Eykenburg. In de eerste plaats om zijn vrouw te bezoeken, maar ondertussen doet hij veel meer. Hij praat met bewoners, biedt een luisterend oor en afdelingen kunnen contact met hem opnemen wanneer iemand ziek is of in de laatste levensfase zit. Dan bidt hij met bewoners, reikt de communie uit of is simpelweg een luisterend oor. Zijn ervaring in het ziekenhuis met geestelijke verzorging helpt hem daarbij.
De kapel weer tot leven
Toen Jan zag hoe mooi de kapel is, vond hij het zonde dat er weinig gebeurde. “Het is echt een prachtige kapel, niet elk huis heeft dat. Hier zit sfeer. Er zit geschiedenis in”, zegt hij. Vroeger was Huize Eykenburg een klooster. Die geschiedenis zie je nog altijd terug in het gebouw en in de kapel.
“Toen heb ik voorgesteld om weer een gezamenlijke dienst te houden”, vertelt Jan. “Niet apart, maar samen. Een dienst waar iedereen welkom is, welke achtergrond of welk geloof je ook hebt.”
Sinds oktober is er weer elke maand een dienst op zondag. Jan bereidt die samen met anderen voor. Er zijn schriftlezingen, muziek, bloemen en kaarsen. Zelf leest hij vaak een gedicht voor en soms helpt zijn dochter mee met een lezing. De maandelijkse diensten worden inmiddels goed bezocht. Bewoners zoeken elkaar op, er wordt samen gezongen en na afloop is er tijd voor een praatje. De kapel brengt bewoners weer samen.