Netty (cliënt Het Zamen)

De kunst van herinneringen

Als elfjarig meisje bracht ik eten naar onderduikers.
Netty Klaassen Graff (91) komt drie keer per week in Het Zamen. Tussen oude foto’s en vergeelde krantenknipsels vertelt Netty over haar leven. Over haar jeugd in Den Haag, haar ouders en de beelden die haar vader maakte. Wat voor velen gewoon kunst is in de stad, zijn voor haar herinneringen aan thuis.

Een echte Haagse vrouw

Netty is geboren en getogen in Den Haag. “Ik ben een Haagse”, zegt ze met een glimlach. Ze woont haar hele leven al in de stad. Ik hou van mensen, van mode en van honden”, zegt ze lachend. Haar kleurrijke trui verraadt haar liefde voor mode. “Ik hou van een beetje gezelligheid om me heen. Dat maakt het leven leuker.”

 

Verkleden om te overleven

Toen de Tweede wereldoorlog begon was Netty zes. Haar vader weigerde lid te worden van de Kultuurkamer, waardoor hij geen werkopdrachten kreeg. “We hadden niets”, vertelt ze. Samen met een buurjongen zaagde ze hout bij de Scheveningse bosjes. “Er was geen gas, geen licht, alleen water.”

School was verboden, maar Netty ging stiekem naar de vrije school. “Dat mocht niet van de Duitsers. We gingen illegaal naar school. Ik vond het spannend.” Aan het eind van de oorlog bracht ze als jong meisje eten naar onderduikers. “Mijn moeder kleedde mij als Duits meisje met vlechten en een strik, dat was aantrekkelijk voor de Duitse soldaten. Zo kon ik ongezien de straat op.”

Veiligheid in verkeer

Opgegroeid tussen stof en steen

Na de oorlog kwam het leven weer langzaam op gang. Thuis stond nog steeds het atelier van haar vader. “Hij werkte met steen, hout en ivoor. Dat mocht toen nog”, vertelt ze, “hij was altijd in het atelier”. Haar vader was een kunstenaar in hart en nieren, maar niet per se een gezinsman. Creativiteit zat niet alleen bij hem. “Mijn moeder was ook artistiek”, vertelt Netty trots. “Ze maakte hoeden, dat was vroeger mode.” Het verklaart haar eigen gevoel voor kleur en stijl. “Ik heb altijd van mode gehouden.”

“Het was niet zo’n goede vader. Het was meer een kunstenaar.”

 

Twaalf jaar vol stijl

De liefde voor vorm en stijl bracht haar later bij de heer Vrede in de Zeestraat, een van de eerste binnenhuisarchitecten van Den Haag. “Ik begon als voluntair, zonder salaris. Dat was toen normaal.” Ze bleef er twaalf jaar werken. “Ik kreeg daar tekenles in perspectief tekenen en we richtten zelfs ambassades in. Daar heb ik veel geleerd.”

De verhalen achter het steen

Over de beelden van haar vader praat Netty vol trots terwijl ze door haar map met foto’s bladert. “In Den Haag staan er verschillende”, vertelt ze. “Aan de Loosduinse kade staan allemaal dieren op de brug.” Dan wijst ze verder in haar boek. Ook het beeld op de Conradbrug kent ze goed. “Dat ontwerp was van Wolbers, een Belgische beeldhouwer en mijn vader heeft het in graniet gehakt.” Ze wijst op een vergeelde foto. “Aan de andere kant zou eigenlijk nog een man komen met een jongetje, maar dat is nooit gemaakt. Het was crisistijd dus er was geen geld voor materiaal.”

“Achter ieder beeld van de beeldhouwer zit een verhaal. Dat weet bijna niemand, maar ik wel.”

Leeuw stadhuis Gouda

De leeuw van Gouda

Haar favoriete werk is de leeuw bij het gotische stadhuis in Gouda. “Dat was een spoedklus. Hij heeft de leeuw binnen 3 maanden direct uit een vierkant blok Franse kalksteen gehakt, zonder model.” Dan glimlacht ze. “Hij vertelde mij dat hij de bek van de leeuw hol had gemaakt, zodat vogels er een nestje konden bouwen. Dat vond ik zo mooi, dat daar helemaal boven op het stadhuis vogels konden wonen.”

 

De sporen van haar vader

Thuis heeft Netty nog werk van haar vader, waaronder een gebeeldhouwde schouw en een trappenhuis van hout. Ook bewaart ze nog foto’s uit het atelier, zorgvuldig opgeborgen in een map die ze met trots laat zien. Wanneer ze de map aan het eind van het gesprek weer dichtdoet, kijkt ze even naar de kaft en zegt ze: “Het is oude koek hoor”.