Joop (bewoner Huize Eykenburg)

Wat er voor Joop toe doet

Ik heb altijd contact gehad.
Brigitte Kooijman, domeinmanager Welzijn en Leven, ging in gesprek met bewoner Joop Strooband (90) over zelfstandig blijven, contact maken en doen wat je zelf nog kunt. Wat begon als een opdracht voor de cursus Leergang Reablement die Brigitte heeft gevolgd, groeide uit tot een open en persoonlijk gesprek.

Altijd onder de mensen

Het is al vijf jaar geleden dat Joop zijn intrek nam op The Living Stone. Na het overlijden van zijn vrouw woonde hij nog drie jaar thuis. “Maar dat ging niet goed. Ik werd eenzaam”, vertelde Joop. Via de huisarts kwam hij bij Huize Eykenburg terecht en drie maanden later had hij een plek.

Brigitte schuift bij hem aan tafel. Ze stelt open vragen. Hoe is het om hier te wonen? Wat is belangrijk voor hem?

Joop is duidelijk. Contact is voor hem het allerbelangrijkste. Zijn hele leven werkte hij als elektromonteur bij mensen thuis. Badkamers, keukens, stopcontacten. “Je moest alles zelf doen. Sleuven hakken, weer dichtmaken, behangen. Alles.” Hij was gewend om hard te werken én om onder de mensen te zijn. “Ik heb een mooi leven gehad,” zegt hij nuchter. 58 Jaar getrouwd. Drie kinderen. Kamperen en zwemmen in Drenthe. Hard werken en bijklussen om het gezin alles te kunnen geven.

Joop zit het liefst beneden op het Ontmoetingsplein. Van negen uur ’s ochtends tot zeven uur ’s avonds. Aan tafel. In gesprek. Hij blijft vaak als laatste zitten. Dan praat hij met bewoners, medewerkers én studenten. Over hun studie, over tentamens, over hoe het met ze gaat. “Ik heb interesse.” En zij in hem. Hij voelt zich nog scherp van geest en praat graag mee.

 

Nog altijd zelf doen

Ook helpt Joop waar hij kan. Ballonnen opblazen, kerstballen inhaken, kleine klusjes. “Anders zit ik hier maar.” Hij vindt het fijn om iets bij te dragen. Joop straalt als hij vertelt over de mannenclub in de kookstudio. Daar koken de mannen samen en genieten ze van een heerlijke maaltijd. Alleen mannen aan tafel. “Geen politiek, want dat geeft ruzie. Gewoon gesprekken over van alles.”

Zelfstandig blijven is belangrijk voor Joop. Veel doet hij nog zelf. “Vroeger moesten ze mijn kousen aandoen en uitdoen en mijn ogen druppelen. Maar dat hoeft niet meer. Ik heb een apparaat gekregen waarmee ik het zelf kan.” Ook zijn kamer heeft hij zelf ingericht. Kleine reparaties pakt hij gewoon op. Dat past bij hem. Hij is altijd handig geweest.

 

Meer dan een praatje

Contact blijft belangrijk voor Joop. Soms voelt hij zich eenzaam. Brigitte vraagt hem of een maatje misschien iets voor hem zou zijn. Joop denkt even na. “Misschien wel,” zegt hij. “Ik wil wel iemand om gewoon een normaal gesprek mee te voeren of om samen mee te wandelen. Ik kan gelukkig nog goed praten.” Leeftijd maakt hem niet uit. “Als er maar interesse is.”

 

Gewoon iets maken

Ook mist Joop iets om met zijn handen te doen. “Geen kleuren of knippen. Dat is soms meer basisschool.” Hij lacht erbij. “Een timmerwerkplaats, dat zou wat zijn. Gewoon iets maken. En een beetje mannelijker.” Brigitte luistert. Ze hoort zijn behoefte aan contact. Aan bezig zijn. Aan zelf blijven doen wat kan. Aan het einde van het gesprek zegt ze: “Je hebt me veel gegeven om over na te denken.” Vooral dat ene zinnetje blijft hangen: iets met je handen doen.

“Misschien is er ruimte om samen te kijken wat mogelijk is voor een timmerwerkplaats”, vertelt Brigitte. Geen grootse plannen. Maar wel iets waardoor bewoners die dat willen iets samen kunnen maken, klussen of helpen. Voor Joop hoeft het niet ingewikkeld te zijn. “Als je maar wat te doen hebt.”

En soms begint verandering precies daar. Aan tafel. Met een goed gesprek.

Reablement